Genieten van bewust reizen, zonder haast | Photo by Reed Naliboff on Unsplash

Dingen die ik inmiddels standaard doe op vakantie (en vroeger nooit)

Er is iets wat er met je gebeurt als je genoeg reist. Niet dat je opeens een verlichte wereldreiziger wordt met een linnen tas en een diepzinnige quote over jezelf, maar je verandert wel. Stiekem. Langzaam. Totdat je op een terras in de zon zit en denkt: wacht, dit deed ik vroeger nooit zo.

Ik merk het steeds vaker. Aan mezelf, maar ook als ik teruglees wat ik een paar jaar geleden schreef over reizen. Druk schema. Zoveel mogelijk zien. “We moeten nog naar…” als vaste zin in mijn vocabulaire. En nu? Nu ben ik degene die zegt: laten we gewoon even kijken wat er op ons pad komt.

Dit zijn de dingen die ik inmiddels standaard doe op vakantie. En vroeger écht niet.

Ik plan rustiger

Ik was vroeger een spreadsheet-planneraar. Ik zweer het. Excel-documenten met tijdsblokken per dag, kleurcodes per activiteit, notities over openingstijden. Klinkt efficiënt, voelt als een werkweek.

Inmiddels boek ik de vluchten en het verblijf, en daarna… laat ik het grotendeels los. Ik heb misschien een lijstje met dingen die ik leuk zou vinden, maar dat is geen agenda. Als we op dag twee merken dat we liever een extra ochtend op het strand liggen dan dat museum bezoeken, dan doen we dat gewoon.

Het gaat niet om minder verwachting, het gaat om minder verplichting. En dat voelt zoveel lichter.

👉🏻 Meer tips: Hoe je vakantie ook echt vakantie laat voelen

Ik neem meer tijd voor eten

Eten was vroeger een tussenstop. Snel iets, want we moeten nog verder. Ik at terwijl ik stond, terwijl ik liep, terwijl ik op Google Maps keek waar de volgende bezienswaardigheid was.

Nu ben ik degene die zegt: zullen we gewoon ergens gaan zitten? Écht zitten? Met een glas wijn of een verse limonade, zonder haast. Ik kijk om me heen. Ik lees de menukaart van voor naar achter. Ik vraag de ober wat hij aanbeveelt. Ik bestel een toetje, ook als ik er eigenlijk geen trek meer in heb, puur omdat het er zo lekker uitziet bij de buurman.

Eten op vakantie is voor mij inmiddels onderdeel van de beleving, niet de pauze ertussen.

Doe op vakantie: de tijd nemen om rustig te eten

Ik dwaal vaker, zonder plan

Mijn beste vakantieherinneringen komen zelden van de plekken die ik gepland had. Ze komen van de zijstraat die ik insloeg omdat ik benieuwd was wat er lag. Van de markt die we toevallig tegenkwamen. Van het café dat er schattig uitzag en waar we vervolgens twee uur bleven zitten.

Ik geef mezelf tegenwoordig bewust ruimte om te dwalen. Om gewoon een richting te kiezen en te kijken wat ik tegenkom. Het klinkt misschien chaotisch, maar voor mij voelt het als de meest ontspannen manier van reizen. Je ontdekt dingen die niet in de reisgids staan, en dat is precies wat ik leuk vind.

Ik zeg vaker nee tegen drukte

Ik ben geen ochtendmens, maar ik ben ook geen fan van wachtrijen. Of van plekken waar je amper meer kunt staan omdat er zoveel toeristen zijn. Vroeger trok ik me dat niet zo aan, want je moest er gewoon bij zijn, toch? Dat was de plek om naartoe te gaan.

Nu kies ik bewuster. Als ik merk dat een plek ontzettend druk is, ga ik kijken of er een alternatief is. Of ik pas mijn timing aan, vroeg in de ochtend of laat op de dag. Of ik besluit er gewoon niet naartoe te gaan, en mij niet schuldig te voelen over die keuze.

Ik hoef niet overal te zijn. Ik wil ergens écht zijn. Zonder mensenmassaoverprikkeling (3 keer woordwaarde).

👉🏻 Ook interessant: Waarom reizen moe maakt: waarom sommige bestemmingen meer energie kosten

Het huis van Julia in Verona
Het huis van Julia in Verona. Vroeger een must, nu veel te druk.

Ik fotografeer minder (maar beter)

Ik had vroeger de neiging om alles vast te leggen. Elk uitzicht, elk bordje eten, elke mooie gevel. En dan drie keer, want stel dat een foto bewogen was. Alsof ik anders het bewijs kwijtraakte dat ik er was geweest.

Nu maak ik nog steeds foto’s, maar ik sta er bewuster bij stil. Ik kijk eerst. Gewoon met mijn ogen, zonder scherm ertussen. En dan, als ik écht iets wil bewaren, pak ik de spiegelreflex. Gewoon, omdat ik fotograferen nog steeds leuk vind. Maar ik ook geen uren kwijt wil zijn aan nabewerken. Het resultaat: minder foto’s, maar foto’s die ik ook echt terugkijk.

Ik reserveer bewust een middag (of dag) voor niets

Dit is misschien wel het grootste verschil. Ik plan tegenwoordig bewust een moment in waarop er niks hoeft. Geen uitje, geen activiteit, geen verplaatsing. Gewoon een middag op het balkon met een boek. Of een ochtend in bed tot het uur dat ik wil opstaan. Of een dag in de buurt van het hotel rondslenteren zonder doel.

Het voelt luxe, maar het is ook noodzaak. Reizen is leuk, maar het kost ook energie. En ik kom thuis met veel meer een opgeladen gevoel als ik mezelf die rust ook echt gegund heb.

👉🏻 Lees ook: De verwachtingen van reizen: wat reizen níet oplost (maar vaak wel verzacht)

Ik geniet van de reis zelf

Lange autoreis? Vroeger was dat iets om doorheen te komen. Nu neem ik er de tijd voor. Ik kijk uit het raam. Ik geniet van het landschap. Ik stop als er iets moois is, ook als het niet gepland was. Ik heb altijd iets te drinken bij me en een goed afspeellijstje.

De bestemming is leuk, maar de reis ernaartoe ook. Dat is een inzicht dat een tijdje duurde om te landen, maar nu ik het eenmaal heb, ga ik nooit meer terug.

Misschien is dit gewoon ouder worden. Of rustiger worden. Of gewoon genoeg reizen om te weten wat je echt wil. Ik weet het niet precies, maar ik vind het wel fijn. Reizen voelt lichter dan een paar jaar geleden. En dat zegt eigenlijk alles.

Herken jij jezelf hierin? Zijn er dingen die jij inmiddels anders doet op vakantie dan vroeger? Ik ben benieuwd.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *