Elke vakantie begint hetzelfde. Met een belofte.
“Deze keer doen we rustig aan.”
“We zien wel waar we zin in hebben.”
“Niks plannen, gewoon genieten.”
Ik geloof dit ook écht. Op dat moment. Tot we ongeveer drie minuten buiten staan.
Vandaag neem ik je weer mee in zo’n artikel vol herkenning. Inclusief jij, inclusief ik, inclusief die ene vriend(in) die altijd zegt: “ik ben niet zo’n planner”. Iedereen herkent zich in zulke soortgelijke situaties.
“We zien wel waar we zin in hebben”
Spoiler: dat is alles.
In mijn hoofd betekent rustig aan uitslapen. Één hoogtepunt per dag. Daarna bijkomen op een terrasje. Vooral: níks moeten.
In de praktijk betekent het: “Oh kijk, dat is ook hier”, “Zullen we dat dan meteen maar doen?”, “Ja nu we er toch zijn…”.
En ineens hebben we een ochtendplanning, een middagplanning en een avond waar we eigenlijk al te moe voor zijn. Maar hé, het is allemaal spontaan hè. Zeggen we dan.
💆🏼♀️ Wil je écht leren genieten zonder te haasten? Kijk dan eens naar deze slow travel tips.
Uiteindelijk toch 20.000 stappen (minimaal)
Terwijl het echt rustig zou blijven. We zouden “gewoon een rondje lopen”. Maar ja, je weet hoe dat gaat. Dat rondje wordt net iets groter. En dan nog één straatje. En oh, tóch nog even naar dat uitzichtpunt. En daarna blijkt alles verrassend ver uit elkaar te liggen…
Aan het einde van de dag zegt m’n horloge: 21.859 stappen. En ik zeg: “Ja maar het voelde niet als zoveel.” Maar mijn voeten zeggen niets meer. Die zijn klaar.

FOMO bij élke bezienswaardigheid
Want stel je voor dat we iets missen.
Ik kan heel goed rustig aan doen (denk ik). Tot ik weet dat er een bezienswaardigheid zoals een kerk, een plein, een markt of “dat ene straatje dat zó leuk schijnt te zijn” op vijf minuten lopen zit. En vijf minuten is niks. Toch?
Dus doen we het erbij. En nog eentje. En nóg eentje. En ik hou niet eens van kerken.
Maar: “We zijn hier waarschijnlijk maar één keer.” (Leugens. Maar voelt op dat moment heel waar.)
“Die extra omweg is maar klein”
Altijd. Is. Hij. Dat. Niet.
We zijn al onderweg terug. We zijn moe. We hebben honger. We hebben genoeg gezien.
Maar dan: “Zullen we nog heel even…?”
Die heel even betekent toch weer 20 minuten extra lopen. Lichte irritatie. Maar uiteindelijk tóch blij dat we gegaan zijn. Want het uitzicht was mooi. Of het straatje charmant. Of de foto perfect. En daar doe je het dan weer voor.
En dan dat glutenvrije bakkerijtje
Iedereen die glutenvrij eet, of een speciaal dieet heeft, die weet dat dit heel belangrijk is. Want vakantie is ook eten.
Dit is een klassieker.
“We hoeven niks meer vandaag.”
“Maar… dat bakkerijtje zit hier ergens.”
“En ze hebben lokale dingen.”
“En glutenvrij.”
Dus maken we een omweg. Met lichte tegenzin. Die uiteindelijk helemaal de moeite waard blijkt. Want het broodje is heerlijk. Ik ben blij. En ineens maakt die wandeling niet meer uit.
Prioriteiten.
Maar soms heb je pech. Ben je er eenmaal, is die glutenvrije bakker dicht. Pech gehad. Reisblunders gebeuren.

En ’s avonds zeggen we weer hetzelfde
Dat het morgen écht rustiger wordt.
Aan het eind van de dag zijn we moe. Voldaan. (Licht) overprikkeld. Maar toch heel tevreden. En dan zeggen we: “Maar morgen doen we het rustiger.” Ik meen het ook. Elke keer weer.
Tot morgen.
Misschien ís dit gewoon mijn versie van rustig aan
Want eerlijk: ik geniet, ik zie veel, ik maak herinneringen en ik zou het stiekem niet anders willen. Bovendien hou ik van statistieken, dus die 20.000 stappen op m’n horloge doen mijn mentale gezondheid ook weer goed. En geven me het excuus dat extra glutenvrije taartje gewoon te halen.
Dus ja. Ik zeg altijd dat we rustig aan gaan.
En nee. Dat lukt nooit.
Maar misschien is dat precies waarom ik zo van reizen hou.
Herkenbaar? Dan doe je vakantie helemaal goed.
Wil je het toch liever wat rustiger aandoen? Snap ik helemaal. Voor tips hoe je dit wél echt relaxed doet, lees écht ontspannen op reis.






Geef een reactie