Emigreren ziet er op Instagram altijd hetzelfde uit. Schilderachtige bergpanorama’s, een dampend kopje koffie op een houten balkon, en een gezicht vol rust. Geen wachtrijen bij het loket. Geen formulieren. Geen moment waarop je staat te twijfelen of dat woord dat ze zojuist zeiden nou Duits is of iets uit een heel andere taal.
Ik woon nu al even in Tirol en ik kan je vertellen: ja, het uitzicht is echt zo mooi als het eruit ziet. Maar al het andere? Ik geef je de echte versie.
De bureaucratie van emigreren naar Oostenrijk
Laten we beginnen met het minst romantische onderdeel van het hele avontuur. De Oostenrijkse bureaucratie is een verhaal apart. Alles heeft een formulier. Elk formulier moet naar een loket. Veel van die loketten willen je formulier alleen in persoon ontvangen, en nog liever ook in persoon teruggeven. Veel wordt nog geprint. Op papier. Met een pen ingevuld. En dan ingescand. Of juist niet ingescand, want dan moet het origineel blijven.
In Nederland ben je gewend dat je de meeste overheidszaken gewoon online regelt, bij voorkeur in je pyjama met een kop koffie. Hier pak je je jas aan, rij je naar het dorp en ga je netjes in de rij staan. Dat klinkt misschien charmant, maar als je voor de derde keer hetzelfde formulier opnieuw moet invullen omdat er weer wat ontbrak, begint de charme wat te slijten.
Het went. Maar ik zou liegen als ik zei dat ik het inmiddels niet meer opvalt. En dan te bedenken dat Duitsland nog erger schijnt te zijn…
Duits leren: of eigenlijk, Oostenrijks leren
Hier dacht ik echt op voorhand dat ik het al redelijk goed voor elkaar had. Vier jaar Duits op school gehad, een DuoLingo-opfriscursus gedaan, vocabulaire bijgespijkerd, en vol goede moed vertrokken naar Oostenrijk.
En toen begonnen ze te praten.
Het is een beetje alsof je Nederlands leert en dan naar België gaat. Je herkent de taal, maar de woorden zijn net anders, de uitspraken kloppen niet en per dal is het dialect weer anders. Woorden die je geleerd hebt, worden hier anders uitgesproken of helemaal niet gebruikt. Woorden die je nog nooit gehoord hebt, duiken ineens overal op.
Stapje bij stapje went het. Echt. Inmiddels begrijp ik het meeste, en ook al klink ik zelf nog als een Nederlander die zijn best doet, ik kom er prima mee weg. Maar die eerste maanden? Dat was af en toe een beetje vermoeiend.
Maar, wat me wel opvalt, zodra jij je best doet Duits te praten (of je nou een overdreven accent hebt of niet), je wordt wel geaccepteerd. Je doet je best, je hoort erbij. Tenminste, als Nederlander. Blijkbaar hebben de Oostenrijkers wel iets tegen Duitsers…
Je sociale leven opbouwen: langzamer dan je denkt, mooier dan je hoopt
De eerste twee jaar bestond mijn sociale kring hier voornamelijk uit collega’s die seizoenswerk deden. Gezellig, leuk, goed contact. Alleen gingen zij aan het einde van het seizoen gewoon weer naar huis. Ik bleef. Die tussenseizoenen, als het rustig is en iedereen vertrokken is, zijn soms best eenzaam.
Maar langzaam bouw je iets op. Je leert mensen kennen die wél in de buurt wonen. Vaste gezichten. Mensen die ook gebleven zijn, of die hier naartoe verhuisd zijn, net als wij. En ja, een deel van mijn vriendenkring hier bestaat ook uit andere Nederlanders die dezelfde stap hebben gezet. Eerlijk gezegd vind ik dat alleen maar leuk. Want zij snappen precies hoe het voelt.

Financiën: lager loon, maar ook minder gedoe
Dit is een punt waar ik eerlijk over wil zijn: de lonen in Oostenrijk liggen lager dan in Nederland. Dat voel je. Tegelijkertijd zijn er ook dingen die hier anders geregeld zijn. De zorgverzekering wordt via je werkgever verrekend, belasting wordt automatisch ingehouden en je hoeft hier in de meeste gevallen geen belastingaangifte te doen.
Alles bij elkaar is het een kwestie van anders denken over geld. Niet per se minder, maar anders.
Mijn baan bij Sunkid: fijne dagen én zware dagen
Ik wil niet de indruk wekken dat alles hier perfect is, want dat is het niet. Mijn baan bij Sunkid heeft echt hele leuke dagen. Klantbezoeken, foto’s en video’s maken, een gezellig gesprek met klanten. En eerlijk gezegd was het extra bijzonder toen ik onlangs in Nederland bij een Nederlandse klant op bezoek mocht. Even die Nederlandse gezelligheid inademen, terwijl ik trots voor een Oostenrijks bedrijf sta. Dat voelt goed.
Maar de dagen op kantoor zijn soms zwaarder. Mijn collega is een stuk stiller dan wat ik van Nederlandse kantoren gewend ben. Of dat typisch Oostenrijks is of gewoon zijn manier van zijn, ik weet het niet. Maar ik mis soms wel die Nederlandse kantoorgezelligheid. De praatjes bij het koffiezetapparaat, het gezeur over koetjes en kalfjes. Dat klinkt misschien als een kleinigheid, maar het hoort toch bij het ritme van een werkdag. Anders kun je net zo goed thuiswerken.
Geen slecht woord verder over mijn werkgever hoor! Mijn collega’s zijn allemaal superlief en het is echt een fijne werkgever om voor te mogen werken. Daarnaast ben ik dankbaar dat ik dit 32 uur per week kan doen (niet gebruikelijk in Oostenrijk) en dat op een kwartiertje afstand van huis.
Familie: dichtbij in het hart, verder weg in de auto
Hier ligt mijn eerlijkste pijnpunt: mijn broertje en zusje. De laatste jaren voor onze verhuizing waren we heel hecht, we liepen bij elkaar in en uit en woonden allemaal in Lisse. Dat mis ik. Echt.
Tegelijkertijd: mijn broertje woont inmiddels het halve jaar op Bali. Hij kent het gevoel van ver weg zijn ook. En als er iets is, als er écht iets is, dan is Oostenrijk helemaal niet zo ver. Een ritje of een vluchtje en je bent er. Dat stelt me gerust.
Het is een ander soort dichtbij zijn. Minder vanzelfsprekend, maar misschien juist daardoor waardevoller als het er is.

Het bergleven: de echte reden
Winkels zijn hier op zondag dicht. Iedereen groet je op straat, maar openhartig zijn duurt even langer. Dat zijn de aanpassingen.
Maar dan loop ik gewoon een stuk de berg op. Plof neer op een bankje. Kijk. Adem. Even geen telefoon, al wordt er altijd toch wel een foto gemaakt. Die pure tijd voor jezelf, alleen of samen, met niets dan lucht en uitzicht om je heen.
Dat is de reden waarom ik hier naartoe gegaan ben. Niet voor de formulieren, niet voor het dialect, niet voor de stille collega. Maar voor dat bankje. Voor die bergen. Voor het gevoel dat hier ruimte is, letterlijk en figuurlijk.
En dat gevoel? Dat klopt nog steeds.
Ben jij ook aan het nadenken over emigreren, of zit je er al middenin? Ik lees je reactie graag hieronder. En als je meer wil weten over ons avontuur naar Oostenrijk, bekijk dan ook de rest van mijn emigratieverhalen.







Geef een reactie