Er zijn van die momenten in je leven die je nooit vergeet. Niet omdat er iets spectaculairs gebeurde, maar omdat er iets in je knapte op een manier waarvan je wist: dit verandert alles. Voor mij was dat moment ergens op de achterbank van de auto van mijn ouders, ik een jaar of acht oud, op de terugweg van Grainau in Zuid-Duitsland.
We hadden de hele vakantie direct uitzicht op de Zugspitze gehad. Op die enorme, kale toppen die ochtend na ochtend in de zon stonden te schitteren. Ik weet nog precies hoe ik daar zat, omgedraaid op die achterbank, door het achterraam starend terwijl de bergen steeds kleiner werden. Met tranen in m’n ogen, tot de laatste piek uit het zicht verdween. Stom, dacht mijn achtjarige zelf waarschijnlijk. Huilen om bergen. Maar ik wist op dat moment al: ik wil hier later wonen.
Een liefde die niet overging
De jaren die volgden stonden vol bergvakanties. Zowel zomer als winter. Vaak naar Italië, naar het Gardameer, met een geplande tussenstop in Oostenrijk van één of twee nachtjes. En elke keer hetzelfde gevoel: hier klopt iets. Hier adem ik anders.
Totdat de puberteit toesloeg en ik plotseling niet meer mee wilde met mijn ouders. Klassiek verhaal. Ik heb daardoor wel wat bergreisjes gemist, maar dat heb ik inmiddels lang en breed ingehaald, geloof ik.
Toen ik aan het afstuderen was, had ik al geen zin meer in kantoorwerk. Verschrikkelijk vond ik het. Misschien lag het aan het bedrijf, misschien aan die 40 uur per week, misschien ook aan die ene medestudent die na het afstuderen niet direct de banenmarkt op ging. Nee, hij pakte zijn spullen en ging nog een seizoen skileraar zijn in de bergen.
Stikjaloers was ik.
Maar ja. Ik had net een appartement gekocht met mijn vriend Peter. Ik was klaar om mijn steentje bij te dragen. Om een salaris te verdienen, om verantwoordelijkheid te nemen. De droom bleef echter, ergens op de achtergrond. Als een berg die je niet ziet maar toch weet dat hij er is.

Wanneer het leven je een schop geeft
De jaren verstreken. Op vakantie naar de bergen, dat gingen we wel. Maar wonen? Dat bleef een idee, iets voor later, iets voor als het anders liep.
Tot het in 2021 anders liep.
Er werd een tumor in mijn knie ontdekt. Net toen corona voorbij leek, dook de volgende ellende op. En hoewel het een ontzettend zwaar jaar was, leerde die periode ons ook iets: corona had al bewezen dat thuiswerken prima werkte en dat je vrienden en familie online moeiteloos kunt bijhouden. De tumor leerde ons dat het leven anders kan lopen dan gepland, dat morgen niet gegarandeerd is, en dat later misschien nooit komt.
Voor Peter was dit de schop die hij nodig had om verder te kijken dan Nederland. Voor mij was het eindelijk het moment om naar die geliefde bergen te trekken, om te gaan wonen in Tirol.

Vijf weken alleen in de bergen
Ik ging eerst alleen op pad. Dat klinkt misschien raar, maar ik wilde weten of ik het ook écht, voor langere tijd, vol zou houden. Ik wist het antwoord al lang, natuurlijk. Maar ik had ook gewoon behoefte aan alleen zijn. Aan ruimte. Aan die stilte die je alleen in de bergen vindt.
Dus werkte ik remote, vanuit Pettneu am Arlberg. Vijf weken lang. Peter haalde me op. Waarschijnlijk ook een beetje om zeker te stellen dat ik daadwerkelijk terugkwam naar Nederland.
Het kwaad was echter al geschied.
Ik was verliefd op Tirol. En ik weet zeker: Tirol ook op mij. Er zat dus maar één ding op.

Waarom Tirol? Waarom niet gewoon thuis blijven?
Dat is een vraag die ik veel krijg. En ik begrijp hem wel. Niet iedereen voelt in een bergdal dezelfde vrijheid die ik er voel. Maar voor mij is het zo:
Al van kinds af aan hebben bergen een enorme aantrekkingskracht op mij. Waar anderen zich misschien opgesloten voelen tussen al dat groen en steen, voel ik me juist vrij. Energiek. Als ik omhoog kijk, zie ik geen muren maar mogelijkheden. Overal waar ik loop of rij, verandert het landschap. Om elke hoek een ander uitzicht, een andere kleur, een andere sfeer.
Een wandeling hier geeft me een energiekick die ik in Nederland simpelweg niet heb. In Nederland wandelde ik ook, hoor. Maar het is anders. Platter. Rustiger, op zijn eigen manier. Maar dat gevoel van boven staan en het hele dal zien liggen? Dat bestaat niet als je thuis in de duinen loopt.
En dan zijn er nog de sporten. Skiën, klettersteigen, mountainbiken op echte bergen, wandelen op hoogte. Dat kun je in Nederland alleen in een hal of op de vlakte doen. Hier is het gewoon… buiten.

En toen verhuisden we echt
In 2023 verkochten we ons huis. Pakten we onze spullen. En verhuisden we permanent naar Tirol. Naar het zonnige Zams, een klein dorpje in het Inntal, met de bergen op loopafstand en een uitzicht waar ik nog steeds niet aan ben gewend.
Daar wonen we nu nog steeds. En elke ochtend als ik naar buiten stap en die bergen zie staan, moet ik soms denken aan dat achtjarige meisje op de achterbank. Met tranen in haar ogen, starend naar bergtoppen die langzaam verdwenen.
Ze had gelijk, dat meisje.
Er liggen overigens wel wat veranderingen op de loer. Maar daar vertel ik je binnenkort meer over. Geen zorgen, we blijven in Tirol.







Geef een reactie